Een verfrissend briesje, kwetterende vogels, voetstappen van Edward die heen en weer loopt met een ladder, vanuit diverse ramen klinken allerlei stemmen en geluiden, ik ben even alleen.

Ik zit buiten en probeer mijn hoofd een beetje leeg te maken door te gaan schrijven.
Mixed feelings heb ik er boven gezet. Waar zal ik beginnen?

Woensdag 13 maart kreeg ik een telefoontje van de dochter van Mabel. Mabel is een oud medewerker van BB met wie ik in voorgaande jaren veel en intensief heb samengewerkt. Haar dochter vertelde dat zij opgenomen was in het Prince Mshiyeni Hospital, een governmental hospital in Umbumbulu, waar ik niet graag naar toe ga. Zij was daar op woensdag opgenomen, op zondag had zij nog steeds geen dokter gezien. Door allerlei andere zaken, zoals een begrafenis op zaterdag, de filmploeg van Life Ball, was ik nog steeds niet bij haar op bezoek geweest. Toen Mabel’s zoon belde en vertelde dat zij niet kon slikken (dus niet dronk en at), geen gevoel meer in haar benen had en dat de nurses tegen haar schreeuwden dat ze lui was en zelf moest eten, heb ik met GG een auto geregeld op zondagmiddag en zijn wij er samen heen gegaan. We hebben Jackie’s dochter meegenomen, zij spreekt Zulu, voor het geval we zouden verdwalen.
Het was schokkend dat verzwakte lichaam van deze eens zo sterke vrouw daar te zien liggen. Wij hebben om een arts gevraagd, deze zou eind van die middag komen en de familie werd verzocht om maandag om 9 uur te komen voor een gesprek.
Rond 11.00 uur maandagmorgen was er nog steeds geen dokter geweest. Jackie besloot met een delegatie van BB naar het Prince Mshiyeni te gaan. Mabel zat in de kussens, verzwakt, maar op dringend advies van Jackie is zij, geholpen door ons, gaan drinken en later wat pap gaan eten. Ondertussen sprak Jackie met de verpleging, weer werd een dokter beloofd. Fijn zei Jackie, wij wachten om te horen wat hij heeft te zeggen. Kon wel even duren werd gezegd. ‘We know, we’ll wait till there is a doctor’. Na een uur kwam er een jonge arts, hij bood excuses aan. Een uur eerder wilde de security ons wegsturen, maar toen wij duidelijk hadden gemaakt dat als de nurses hun werk niet doen, wij het moeten doen, mochten GG en Tandeka blijven zitten. Zes dagen derde het voor Mabel een arts zag!
De arts beloofde met de nurses te gaan praten en zei dat er beter voor haar gezorgd zou worden. Hij gaf zijn 06 nr aan GG en wij konden hem bellen. Dinsdag hoorde we dat er bloed was afgenomen, dat zij aan het infuus lag en geholpen werd met eten.
Met een tas vol yoghurt en babyvoeding ging ik woensdagmiddag met Nonnie weer naar het ziekenhuis. Ik trof een andere Mabel aan. De drip, het eten en de medicijnen deden haar goed.
Zij klaagde evenwel over de houding van de nurses, zij deden erg lelijk tegen haar. Toch ging ik enigszins opgelucht weer naar huis. ‘s Avonds bevestigde de arts aan GG dat gezien de omstandigheden hij tevreden was en dat hij wachtte op de uitslagen van de bloedtesten.
Donderdag rond 13.00 belde GG mij in Scottsburgh, Mabel was om 11.30 overleden.
Dood door schuld, naar mijn mening. Woensdagavond was de urinezak vol, de nurses weigerden deze te legen. Mabel belde haar dochter, vertelde dit en zei, ‘I am dying’. De urine is teruggelopen in haar lichaam en zo heeft zij zichzelf vergiftigd en is gestorven.

Zaterdag a.s. gaan wij haar begraven.

Behalve mijn eigen verdriet en verontwaardiging over het feit dat een vrouw die jarenlang in dit ziekenhuis heeft gestreden voor een juiste behandeling en de rechten van slachtoffers van seksueel geweld, nu zelf in dit ziekenhuis op zo’n afschuwelijke manier is overleden, vind ik dat er een eind moet komen aan de wijze waarop patiënten in dit ziekenhuis worden behandeld.
Hygiene geldt hier alleen voor artsen en verpleegkundigen, privacy voor patiënten is er niet, de toiletten zijn smerig, gebruikte onderleggers en handdoeken zwerven onder de bedden, verpleegsters zitten te slapen en weigeren je soms te woord te staan.

Er zijn over de afgelopen weken gelukkig ook mooie ontwikkelingen te melden. Al in 2009 hadden we gesprekken over samenwerking met andere organisaties in en om Amanzimtoti, zoals politie, social welfare, clinics, schoolnurses, scholen, drugsbestrijding, kerken, justitie etc. In Folweni en Kwamakutha is dit inmiddels een feit. Elke maand komen vertegenwoordigers van allerlei organisaties bij elkaar om over schrijnende situaties te praten en van elkaars expertise gebruik te maken. Steeds wordt er iemand uitgenodigd om iets over zijn vakgebied te vertellen. Mildred, een van de CSO’s van BB is mede initiatiefneemster van deze bijeenkomsten en heeft al vaak over BB verteld. Ik was er bij toen de openbare aanklager van de rechtbank van Umlazi zijn taak omschreef en iedereen uitnodigde om zijn kantoor binnen te lopen als er klachten waren over de politie, hij gaf zijn 06nr aan iedereen en benadrukte dat je alleen met elkaar een eind kunt maken aan corruptie en KwazuluNatal weer veilig kunt maken. Er worden allerlei bijeenkomsten georganiseerd voor community awareness en community empowerment en tot mijn grote vreugde begint het ook een beetje te werken.

Ik heb grote bewondering voor al diegenen die zich zo inzetten voor hun community en positief en opgewekt blijven ondanks de enorm problemen die er zijn.

‘We have to’ is Mildred’s simpele commentaar.

Tot de volgende keer.
Liefs Hans